Artikelen

Op deze pagina staan een aantal van mijn artikelen, om een indruk te krijgen van wat ik schrijf. Omdat ik meer publiceer dan ik op mijn website bij kan houden, post ik links naar al mijn geschreven artikelen op Twitter. Ook op deze site kun je mijn tweets volgen en dus al mijn artikelen lezen.

Lees hieronder:
Reportage van het congres Arts & Voeding
Recensie en interview over het boek ‘Diabetes type 2, maak jezelf beter’
Analyse voedselverspilling
Interview vrijwilliger Rode Kruis

tekst over voeding, bakje pinda's

 


Reportage congres Arts & Voeding

Verschenen op Foodlog.nl op 6 juni 2016

‘We moeten voeding veel meer in de spreekkamer krijgen’

Op vrijdag 3 juni vond voor de vijfde keer het congres Arts & Voeding plaats. In de Van Nellefabriek in Rotterdam kwamen bijna 500 artsen samen om te bespreken hoe voeding ingezet kan worden om verschillende ziektes te behandelen.

Laat voedsel je medicijn zijn en medicijnen je voedsel”. Deze eeuwenoude uitspraak van Hippocrates bleek de leidraad van het congres. Een goed dieet voorkomt klachten en kan zelfs genezen. Minder pillen en meer voeding was de algemene teneur. Helaas blijkt het slecht gesteld met de kennis van artsen over voeding.

‘Diabetes type 2 omkeerbaar met voeding’
‘Minder medicijnen en meer gezonde voeding’ was een van de key-messages van de dag. Verschillende artsen verduidelijkten in hun presentaties hoe het zit met de link tussen voeding en diabetes, kanker, hart- en vaatziektes, buikpijn, reuma en darmproblematiek.

Ben van Ommen van TNO trapte de dag af met een presentatie over onder andere de invloed van voeding op diabetes type 2. “De enige manier om het te genezen is omkeren van de manier waarop het is ontstaan”, aldus Van Ommen. Oftewel: diabetes ontstaat door het lichaam te voorzien van ongezonde voeding, door het weer te voeden met de goede bouwstoffen kan je er weer van genezen. Hanno Pijl en Karine Hoenderdos lanceerden op het congres hun boek over ditzelfde onderwerp: Diabetes type 2? Maak jezelf beter! Twee patiënten die meededen aan het groepsprogramma Keer diabetes2 om vertelden dat ze na het volgen van het programma geen insuline meer hoefden te spuiten.

Hart- en vaatziekten en kanker
Ook andere aandoeningen kwamen uitgebreid aan de orde. Cardioloog Janneke Wittekoek van de HeartLife Kliniek liet zien dat hartpatiënten met veel minder medicijnen toekunnen als ze de juiste leefstijl aanhouden.

Hoogleraar Hanno Pijl van het LUMC ging dieper in op de relatie tussen voeding en kanker en riep hierbij op het boerenverstand te gebruiken. “We bestaan uit wat we eten. Als we verkeerde dingen eten, gaat het op de lange termijn fout.” Uit onderzoek bij muizen en makaken blijkt dat een eiwitrijk dieet tumorgroei stimuleert. Wanneer de muizen tijdens een behandeling minder eiwit kregen, bleek dat de tumorgroei te remmen en zieke (kanker)cellen vatbaarder te maken voor chemotherapie. Momenteel loopt er in het LUMC de DIRECT-studie bij vrouwen met borstkanker, om te kijken of ditzelfde proces bij mensen ook optreedt. Vooral bij de diëtisten in de zaal riep dit onderzoek vragen op, omdat veel ondervoede kankerpatiënten juist eiwitrijke dranken krijgen.

‘Systemen moeten om’
Er bestaan nog veel vragen over de relatie tussen voeding en gezondheid en het is een populair onderzoeksgebied. Reumatoloog Richard Verheesen onderzoekt de relatie tussen voeding en reuma. Hoogleraar Aletta Kraneveld onderzoekt de brein-darmconnectie en de samenhang met autisme en depressie. Hanno Pijl en Marjolein de Jong werken samen aan onderzoek naar de relatie tussen borstkanker en voeding en Liesbeth van Rossum van het Erasmus MC werkt aan meer bekendheid voor verborgen dikmakers.

De aanwezige huisartsen en specialisten zijn het er over eens dat er iets moet veranderen aan de plaats die voeding inneemt binnen de gezondheidszorg. De grote vraag is: waar moet dit beginnen? Ben Witteman van de Gelderse Vallei en de Wageningen Universiteit liet mooi zien dat het probleem transmuraal moet worden aangepakt en dat ketenzorg belangrijk is. Van de mensen die in een ziekenhuis worden opgenomen is 26% ondervoed, wat het risico op complicaties vergroot. Als dit in de 1e lijn al wordt aangepakt, vermindert dat de problemen in de 2e lijn. Volgens Richard Verheesen van het Maxima Medisch Centrum Eindhoven moeten artsen ‘dijken gaan bouwen in plaats van molens’ om om chronische ziektes aan te pakken via leefstijl. Volgens hem kunnen individuele artsen niet repareren wat systemen fout doen. Die systemen moeten om.

Voeding heeft stoffig imago bij artsen’
Wie moeten de voedingsadviezen gaan geven? Artsen, diëtisten of praktijkondersteuners? Voedingsleer blijkt in de medische opleidingen te ontbreken. Artsen hebben immers ‘medicijnen’ en niet ‘voeding’ gestudeerd. Voeding heeft zelfs een stoffig imago in de vooral op medicijnen gerichte artsenwereld, al lijkt dit langzaam te veranderen. Verschillende sprekers houden daarom een pleidooi voor bijscholing van artsen. Dr. Janneke Wittekoek pleit zelfs voor een nieuw medisch superspecialisme: ‘de leefstijlspecialist’; een arts die zich verder specialiseert in leefstijl. Diëtisten in de zaal zeggen de kennis al in huis te hebben; artsen zouden voedingsproblemen moeten signaleren en patiënten gewoon door kunnen verwijzen. Toch komt hier vanuit de artsen in de zaal weinig respons op.

‘Samen blok vormen’
De groep artsen die het congres Arts & Voeding congres bezoekt stijgt ieder jaar. Dat laat zien dat er een toenemende aandacht voor het onderwerp is. Deze artsen zijn enthousiast en klaar voor verandering, dat is wel duidelijk. “We moeten er nu niet meer alleen over praten, we moeten vooral gaan doen”, zegt Tamara de Weyer, voorzitter van de kersverse Vereniging Arts en Voeding. “We moeten samen een blok vormen en voeding veel meer in de spreekkamer krijgen.”

Het congres werd georganiseerd door de Stichting Voeding Leeft, het Erasmus MC en de gemeente Rotterdam.


Interview en recensie van het boek ‘Diabetes 2, maak jezelf beter’

Verschenen op Foodlog.nl op 16 juni 2016

‘Gezonde leefstijl heel belangrijk bij diabetes’

Tijdens het congres Arts en Voeding presenteerden Karine Hoenderdos en Hanno Pijl hun boek: ‘Diabetes type 2? Maak jezelf beter!’. Marjolein Streur las het boek en sprak met de auteurs.

De relatie tussen voeding en diabetes type 2 staat momenteel volop in de aandacht. Vorige week won het dieetprogramma ‘Keer diabetes om’ van Stichting Voeding Leeft de Zinnige Zorg Award. Dit programma helpt mensen met diabetes om door middel van veranderingen in voeding en leefstijl de ziekte om te keren.

Het boek van Hoenderdos en Pijl heeft hetzelfde doel. Hoewel het programma en het boek los van elkaar zijn ontwikkeld, sluiten ze goed op elkaar aan. Hoenderdos en Pijl zitten ook in de adviesraad van de Stichting Voeding Leeft en de deelnemers aan het traject zullen het boek ook gebruiken.

Stappenplan
Door middel van een 10-stappenplan willen de auteurs mensen met diabetes op weg helpen naar een betere leefstijl, zodat ze hun gebruik van insuline kunnen verminderen of zelfs helemaal stoppen. Hanno Pijl werkt als internist en diabetesdeskundige aan het Leids Universitair Medisch Centrum en houdt zich al jaren bezig met de relatie tussen voeding en diabetes. Karine Hoenderdos, diëtist en journalist, schrijft veel over voeding en heeft al meerdere boeken uitgebracht. Hoenderdos schreef de meeste tekst en met name de praktische hoofdstukken; Pijl legde zich meer toe op de uitleg hoe diabetes werkt en wat er gebeurt in het lichaam.

Het stappenplan legt op overzichtelijke wijze uit hoe mensen diabetes kunnen overwinnen. Het advies is voor iedere stap een week uit te trekken, zodat je je de nieuwe leefstijl echt eigen kan maken. Bij het boek zit een folder die de patiënt aan zijn of haar behandelaar kan geven en achterin het boek staan recepten en een aantal weekmenu’s.

Het boek is geschreven voor patiënten om zelf hun leefstijl te veranderen. Ook behandelaars kunnen dit boek gebruiken om mensen te begeleiden naar een gezondere leefstijl, hoewel er voor goed geïnformeerde behandelaars weinig nieuws in zou moeten staan, zegt Hoenderdos.

‘Artsen leren niets over voeding’
Hanno Pijl vindt het belangrijk doel dat het boek de invloed van voeding en leefstijl in het algemeen op onze gezondheid onder de aandacht brengt. “Diabetes type 2 is een typisch voorbeeld van een ziekte waarbij leefstijl een ongelofelijk grote rol speelt. Ook al heb je een genetische aanleg voor het ontwikkelen van de ziekte, dan nog is er door leefstijlaanpassingen enorm veel te verbeteren.”

Pijl: “Het besef dat leefstijl een grote rol speelt bij bijna alle chronische ziektes is totaal onvoldoende, zowel bij patiënten als bij behandelaars. We kunnen heel veel doen om ziektes te voorkomen en behandeling te ondersteunen door een goede leefstijl.” Ook bij collega’s moet dit doordringen: “In de medische opleiding leren artsen totaal niets over voeding, terwijl leefstijl een enorm belangrijke bepalende factor is.”

Ommekeer in denken
‘Maak jezelf beter’ is een praktisch boek met een goede stap voor stap uitleg. De geïnteresseerde, gemotiveerde patiënt kan zelf met het boek aan de slag. De stappen zijn eenvoudig beschreven, overzichtelijk en vergen niet veel leeswerk.

Na de 6 wat meer ‘technische’ stappen (zoals ‘schrap de snelle suikers’, ‘beweeg meer’ en ‘beperk de koolhydraten’), volgen wat mij betreft de belangrijkste stappen. Deze hoofdstukken gaan over ‘leer omgaan met moeilijke situaties, ‘zoek steun’ en ‘kook met liefde’. Dit zijn de stappen die zich meer richten op de gedragsverandering die nodig is; de route naar een meer bewust leven, oog voor jezelf, liefde voor het eten en voor je lijf.

Een mooie quote uit het boek komt van patiënt Robert (p. 43). Nadat bij hem diabetes is vastgesteld, zegt hij: “Ik voel me niet in de steek gelaten door mijn lichaam. Nee, ik heb mijn lichaam in de steek gelaten.” Dat is precies de ommekeer in denken die mensen moeten bereiken; het inzicht dat je goed voor je lichaam moet zorgen om goed te kunnen blijven functioneren.

Meer vet, minder koolhydraten. Gaat dat goed?
Een belangrijk advies in het boek is om minder koolhydraten te gaan eten omdat het lichaam van iemand met diabetes niet goed met koolhydraten om kan gaan. Daarbij mogen de mensen meer vet gaan eten. De vraag die mij hierbij bezighoudt is of mensen dat goed gaan toepassen als ze hierin geen verdere begeleiding krijgen. Minder koolhydraten eten is niet altijd makkelijk, meer vet eten is dat wel. De kans bestaat dat mensen het wel proberen, maar – als ze er niet in slagen – eindigen met een voedingspatroon met een gewone hoeveelheid koolhydraten, maar wel meer vet. Dan worden ze alleen maar zwaarder.

Karine Hoenderdos ziet hier niet zo’n groot probleem in: “Er is altijd een risico dat sommige mensen het verkeerd toepassen, maar het boek beschrijft precies hoe je het moet doen. Er staat heel duidelijk dat je moet starten met het beperken van de koolhydraten en dat je niet teveel moet eten.” Daarbij ziet zij ook een rol voor behandelaars: “Als het goed is, is een diabetespatiënt ook altijd onder behandeling van een arts, praktijkondersteuner of een diëtist, die hem of haar daarin wel kan begeleiden.”

Toepassen
Hoenderdos geeft aan dat veel mensen die zij interviewde zeiden dat ze pas achteraf beseften hoe slecht ze zich voelden voordat ze hun leefstijl gingen aanpassen, en hoe groot het effect was op hun welbevinden. Ze hoopt dan ook dat zoveel mogelijk mensen het stappenplan uit het boek toe gaan passen, zodat ze door de leefstijlverandering minder medicijnen nodig zullen hebben en zich vooral beter gaan voelen. Pijl blijkt het daar mee eens: “Ik hoop dat het boek nuttig blijkt. Er is zo enorm veel winst te behalen.”


Analyse voedselverspilling

Verschenen op Foodlog.nl op 25 juli 2016

Verspilling Onwetendheid moet worden doorbroken

Wereldwijd verdwijnt een derde van het groente en fruit onnodig in de vuilnisbak. Die verspilling vindt plaats in de gehele keten van ‘field to fork’: van het veld tot de vork. Consumenten zijn de grootste schuldigen. Ze willen alleen perfect uitziende groente en fruit en hebben doorgaans geen idee hoe ze met houdbaarheidsdata om moeten gaan.

Op verschillende plaatsen in de keten gaat kwalitatief prima voedsel verloren. Dat begint al op het veld. Telers laten beschadigde groente die kwalitatief helemaal in orde zijn achter op het land omdat het verwerken ervan niet loont. In de magazijnen waar de producten vervolgens heen gaan, past er maar een bepaalde hoeveelheid in de dozen of verpakkingen. Wat daar niet in past moet weg. Tijdens het vervoer naar de volgende stap in de keten kan er van alles mis gaan. Een doos die valt, producten die te lang in de warmte hebben gestaan, verpakkingen die beschadigd raken. Het zijn allemaal redenen waardoor hele ladingen voedzaam en veilig eten afgevoerd worden.

Consument grootste aandeel
In deze stappen vindt zo’n 65% van de voedselverspilling plaats. Hoewel deze aantallen niet gering zijn, gaat in de laatste stappen van de keten de overige 35% verloren. In de laatste, consumptieve fase gooien restaurants, supermarkten en consumenten uiteindelijk het meeste weg. Restaurants maken te grote porties, supermarkten kunnen producten die ‘over de datum’ zijn niet meer verkopen of consumenten kiezen de mooiste exemplaren van groente en fruit uit. Wat rest blijft over.

Een gemiddeld Amerikaans gezin van 4 personen gooit $1.600 (bijna €1.500) per jaar weg. In Groot-Brittannië verdwijnen jaarlijks alleen al 160 miljoen prima bananen in de vuilnisbak. Eén op de drie Britten gooit een banaan weg als er ook maar één enkel bruin plekje op zit.

Onwetendheid
Amerikaanse onderzoekers probeerden te achterhalen waarom mensen zelf zoveel weggooien. Zij kwamen tot de conclusie dat onwetendheid de hoofdrol speelt. Die onwetendheid uit zich op meerdere gebieden. De helft van de Amerikanen is zich er bijvoorbeeld niet bewust dat voedselverspilling een probleem is. 60% zegt regelmatig iets weg te gooien om te zorgen dat hun gerecht er vers en mooi uitziet. Toch voelt drie kwart van de mensen zich schuldig als ze voedsel weggooien. De redenen daarvoor zijn divers. De één maakt zich zorgen om het klimaat, de ander omdat weggooien zonde is van het geld en een derde om beide.

Houdbaarheidsdata
Mensen weten te weinig van houdbaarheidsdata. Bijna 70% van de mensen gooit direct iets weg zodra de houdbaarheidsdatum is verstreken, omdat ze – onterecht – bang zijn ziek van te worden van producten die over de datum zijn. In werkelijkheid heeft die datum weinig te maken met voedselveiligheid en kun je beter vertrouwen op hoe het eruit ziet, ruikt, voelt en smaakt.

Liz Goodwin van Waste and Resources Action Programme (Wrap) maakt zich ook zorgen om jongere generaties die zich wel willen inzetten voor een beter klimaat, maar nauwelijks kookvaardig zijn. “Ze hebben geen relatie meer met voeding, ze eten om andere dingen te kunnen doen.” Ook zij stipt de houdbaarheidsdata aan: “Ze zijn er doodsbang voor. Alsof het een minuut voor middernacht nog wel goed is en twee minuten later ineens niet meer.”

Moeilijk
Veel mensen willen best iets doen om voedselverspilling te verminderen, maar de helft van de Amerikanen zegt niet goed te weten hoe ze minder weg kunnen gooien. 42% zegt geen tijd te hebben om zich er zorgen over te maken. Wel merkt meer dan de helft dat ze meer weggooien als ze in grote hoeveelheden inslaan.

Denemarken als voorbeeld
Overal schieten de initiatieven om voedselverspilling aan te pakken als paddenstoelen uit de grond. In Denemarken lijkt het nu ook echt vruchten af te werpen. Een van de vele initiatieven daar is de supermarkt WeFood. Die supermarkt krijgt afgeschreven producten van reguliere supermarkten en verkoopt dit door voor 30%-50% minder dan de oorspronkelijke prijs. Zo gaan ze de voedselverspilling tegen en helpen ze de mensen die het financieel moeilijk hebben aan genoeg groente en fruit. Deze winkel loopt zo goed dat er in 2017 een nieuwe vestiging van zal openen.

Mogelijke oplossingen
De onderzoekers die inventariseerden hoe het komt dat Amerikanen zoveel voedsel verspillen, komen naar aanleiding van hun resultaten met drie factoren die een deel van het probleem mogelijk kunnen oplossen. De onwetendheid moet worden doorbroken en dit begint met het bewustzijn dat voedselverspilling een probleem is. Mensen die dit weten, gooien duidelijk minder weg dan mensen die er niet van op de hoogte zijn. Daarnaast zouden consumenten meer inzicht moeten hebben in hoeveel zij verspillen ten opzichte van anderen. 87% van de mensen denkt minder weg te gooien dan mensen in een vergelijkbare situatie. Aangezien mensen zich vaak aanpassen aan sociale normen, kan dit tot ander gedrag leiden. Tot slot is meer duidelijkheid over houdbaarheidsdata nodig, omdat die voor onnodig veel verwarring en verspilling leiden.


Interview vrijwilliger rode kruis

Verschenen op website van het Rode Kruis op 7 september 2016

Luisterend oor bij gijzelingsdrama

Op 7 november 2013 gijzelt een vader zijn 3-jarige dochter in het Limburgse plaatsje Reuver. Het Rode Kruis wordt opgeroepen om hulp te verlenen en omwonenden op te vangen. Wim Hoeben is één van hen. Hij is die dag teamleider.

“Nadat ik de oproep kreeg, ben ik meteen naar de locatie gegaan”, vertelt Wim. De politie heeft het gebied rondom het huis waar de gijzeling plaatsvindt inmiddels afgesloten. “Met vijf vrijwilligers hebben we een plek ingericht waar we omwonenden opvingen die hun huis niet in mochten”, vertelt Wim.

Het ergste gebeurde
​Het team van vrijwilligers voorziet mensen uit de buurt van onderdak, eten en drinken en biedt een luisterend oor. Na vijf lange uren komt de gijzeling tot een dramatisch eind. De vader berooft zijn dochtertje en zichzelf van het leven. “Het ergste wat kon gebeuren, is gebeurd”.
Iedereen is zeer emotioneel en vrijwilligers proberen buurtbewoners zo goed mogelijk op te vangen. Na afloop van de inzet komen alle vrijwilligers samen om de gebeurtenissen met elkaar te evalueren. “Als teamleider hou je in de gaten of er vrijwilligers zijn die het moeilijk hebben en extra steun nodig hebben. In dit geval hebben we een paar weken later ook nog een bijeenkomst gehad om na te praten en om te kijken of iemand nog hulp nodig had”.
53 jaar vrijwilliger
Heel heftig allemaal, maar gelukkig komen dit soort gebeurtenissen zelden voor. Wim Hoeben kan het weten; hij werkt al 53 jaar voor het Rode kruis. “Het begon met een EHBO-cursus en van daaruit ben ik verder gegaan”. Ondertussen is hij niet meer weg te denken uit de organisatie. Hij is teamleider en vrijwilliger, organiseert opleidingen en is net -na 17 jaar- gestopt met een bestuursfunctie. Wat is het dat hem al 53 jaar aan het Rode Kruis bindt? Hoeben weet het zelf eigenlijk niet zo goed. “De organisatie spreekt me aan, ze staan voor iedereen klaar. Maar wat het is? Ik denk dat het een beetje in de genen zit”.